Talentvolle beginners op de arbeidsmarkt laten steeds vaker multinationals links liggen en kiezen voor een eigen onderneming of een start-up. ‘Je ziet de vruchten van je werk, dat geeft bevrediging.’ Je moet er wel het type voor zijn.

Starters gaan voor start-ups

Bron: Elsevier Juist, januari 2016
Geschreven door: Lizanne Schipper

 

Talentvolle beginners op de arbeidsmarkt laten steeds vaker multinationals links liggen en kiezen voor een eigen onderneming of een start-up. ‘Je ziet de vruchten van je werk, dat geeft bevrediging.’ Je moet er wel het type voor zijn.

Ondernemen is hip in mijn vriendenkring,’ merkt Jasper Mutsaerts (29), voormalig consultant bij McKinsey en sinds twee jaar multi-ondernemer. Wat na het uitbreken van de crisis begon als bittere noodzaak, wordt voor hoogopgeleide starters meer en meer een bewuste keuze: voor jezelf beginnen of bij een start-up aan de slag. De multinationals met hun voorheen felbegeerde traineeships en vetbetaalde banen hebben – soms– het nakijken. ‘Academici gaan op zoek naar werk waarin ze zich kunnen ontplooien, en dat is in toenemende mate het geval buiten de corporates,’ zegt Lidewey van der Sluis (43), hoogleraar Strategisch Talent Management aan Nyenrode Business Universiteit. ‘Talent uit de vijver vissen wordt voor hen een lastig vraagstuk, zeker na de ontslagrondes die zij tijdens de crisis hebben doorgevoerd. Die zijn niet zo best geweest voor hun reputatie.’

Van alle academische starters begint op dit moment 8 à 10 procent met een eigen bedrijf, volgens een doorlopend arbeidsmarktonderzoek door Intelligence Group. Dat percentage is de laatste vier jaar verdubbeld. In totaal komen er jaarlijks gemiddeld 127.000 ondernemingen bij, berekende ING over de afgelopen vijf jaar. Daarvan kwalificeren zich tweehonderd als start-ups: innovatieve bedrijven met een ‘schaalbaar’, dat wil zeggen, vrij eenvoudig uit te breiden, businessmodel.

Nu voor hoger opgeleiden de werkgelegenheid aantrekt, keren zij niet op hun schreden terug. De generatie Y heeft de voordelen van het ondernemerschap ontdekt. Dat constateert ook Marleen van der Meulen (24), die sinds begin dit jaar werkt bij searchbureau Ebbinge. Zij merkt dat jong talent verder kijkt dan corporates en consultants. ‘Ik heb diverse mensen gesproken die tijdens hun studie al zijn gescout door grote bedrijven, maar die liever willen starten bij een klein bedrijf, waar ze meteen verantwoordelijkheid hebben.’ Voor Ebbinge aanleiding om een speciaal programma op te zetten dat jonge academici koppelt aan start-ups en private-equitybedrijven.

Start-ups zijn in. Hoewel de aantallen dus helemaal niet zo overdonderend zijn. Alle ogen zijn gericht op grote succesverhalen als Booking.com, Travelbird, Coolblue, Adyen en WeTransfer, al zijn die het startersstadium al geruime tijd gepasseerd. Niet alleen publicitair, ook institutioneel hebben start-ups de wind in de zeilen. Vrijwel alle universiteiten hebben de laatste jaren Centres of Entrepreneurship geopend, waar ondernemers in spe terechtkunnen voor praktisch onderwijs.

Daarnaast verrijzen in diverse studentensteden zogeheten incubators. Dat zijn gebouwen waar start-ups kantoor kunnen houden en ondersteuning krijgen, zoals Yes!Delft en het Amsterdamse Rockstart. Voor geld zorgt de snel groeiende sector van private-equitypartijen en venture capitalists. Vorig jaar investeerden zij in 226 Nederlandse start-ups een bedrag van 169 miljoen euro, aldus de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (NVP). Maar ook de Nederlandse overheid laat zich niet onbetuigd met kapitaalinjecties voor innovatieve initiatieven.

Sexappeal

Succes heeft sexappeal, maar de aantrekkingskracht die een start-up of eigen onderneming heeft op jong talent, reikt verder. Een informele cultuur, snelheid, afwisseling, de mogelijkheid om je creativiteit in te zetten en echt iets toe te voegen – allemaal zaken waarin corporates nogal eens tekort lijken te schieten.

‘Daar ben je slechts een nummertje,’ is de indruk van Lonneke Boonzaaijer (29), die sinds deze zomer bij tech-start-up SoWifi werkt. ‘Ik zou bij zo’n groot bedrijf doodongelukkig worden. Bij een start-up heb je toegevoegde waarde, zie je de vruchten van je werk. Dat geeft bevrediging.’

Consultant Van der Meulen merkt dat de jonge academici die zij spreekt – de 5 procent topscoorders, veelal met een financiële of technische achtergrond – worden aangelokt door de grote eigen verantwoordelijkheid, vaak al in het beginstadium. ‘In plaats van twee jaar in een traineeklasje zitten en meelopen, heb je direct impact.’ En dan kan het snel gaan, zegt Maurits ter Poorten (30), die met zijn High Potential Academy hoogopgeleide studenten coacht. ‘Bij een corporate worden processen eerst helemaal uitgedacht, die bewegen als een mammoet tanker. Een start-up is een speedboot, die maakt zo een draai van 180 graden.’ Voor een aantal grote bedrijven reden om eigen start-ups op te zetten. Zoals energieleverancier Eneco, dat deze zomer bekendmaakte daarvoor 100 miljoen euro uit te trekken.

Een stimulerende cultuur waarin je jezelf kunt ontwikkelen – dat is waar deze high potentials voor kiezen. Ter Poorten: ‘Met een ondernemer als baas heb je veel meer vrijheid en eigen inbreng. Ondernemers geloven in kruisbestuiving.’ Flexibele werktijden zijn doorgaans geen probleem. ‘Voormalige start-ups als Adyen en Netflix willen dat hun mensen energie van hun werk krijgen. Wil je morgen met vakantie of straks naar de fysio? Allemaal prima. Als je maar teruggeeft wat er van je wordt verwacht. Dat is toch heel anders dan voor achten binnen zijn bij een corporate en tot tien uur blijven zitten voor het geval je baas je nog nodig heeft.’

Niet op alle fronten kunnen start-ups of eigen bed rijfjes wedijveren met corporates. De onzekerheid is groot. Slechts 5 à 10 procent van de start-ups groeit uit tot een florerend bedrijf, volgens het onderzoek van ING. Je eigen bedrijf opzetten  vergt ook behoorlijk wat o«ers. Dat ervaart Boonzaaijer, die zich behalve op haar baan bij SoWifi, op twee eigen start-ups stort. ‘Dat gaat ten koste van mijn sociale leven, mijn woonsituatie en mijn financiën. En dan kan ik ook nog eens faliekant de mist in gaan.’

De corporates bieden beduidend meer financiële zekerheid. Al kan een pensioenregeling jongeren van nu nóg minder schelen dan vroeger. Slechts één op de drie twintigers neemt een goed pensioen op in zijn lijstje van vijf belangrijkste arbeidsvoorwaarden, blijkt uit het onderzoek van Intelligence Group. Salaris is al  evenmin leidend bij de keuze voor een carrière, constateert hoogleraar Van der Sluis. ‘Vroeger was geld verdienen voor jonge academici primair, nu geven ze niet meer zo om het grote bezit.’ Maar dat geld deze generatie koud laat, nou nee. De afgestudeerden die Van der Meulen van Ebbinge spreekt, zijn best bereid om een paar jaar van een dik salaris af te zien. ‘Maar daarna moet het wel wat gaan opleveren.’

Charme

De belangrijkste troef van de corporates is hun opleidingsbudget. Voor oud-consultant Mutsaerts was het de grootste charme van zijn voormalige werkgever McKinsey. Van soft skills als leiderschapskwaliteiten tot hard skills als Excel– in no time kon hij een hele reeks opleidingen doen. Voor de grote bedrijven wordt het pas echt moeilijk om talent binnen te hengelen als start-ups en private-equitybedrijven vergelijkbare opleidingsprogramma’s kunnen bieden, zegt Van der Meulen. Nu hoort zij nog geregeld dat starters toch maar bij een grote bank of strategieconsultant beginnen, om gedurende enkele jaren vaardigheden op te doen en een paar handige opleidingen mee te pikken. ‘Ouders adviseren vaak ook: kies nou eerst twee jaar voor een veilige basis en leer van mensen met ervaring, in plaats van meteen tussen mensen van dezelfde leeftijd te gaan zitten.’

Zelfontwikkeling is voor de ondernemende academici niet meer synoniem met opklimmen binnen een groot bedrijf. Je ontplooien kan ook in de breedte: met uitdagend werk, door verschillende klussen te combineren of door op gezette tijden te switchen van werkgever. Stond het jobhoppen tijdens de crisis op een lager pitje, inmiddels stappen de young professionals weer makkelijker over. Van de academische starters met maximaal twee jaar werkervaring wisselde dit jaar al 43 procent van baan, tegen 38 procent over heel 2014, aldus Intelligence Group.

Natuurlijk kan niet iedereen die van universiteit of hbo komt, bij een start-up gaan werken of een eigen onderneming beginnen. Bij start-ups maken vooral studenten met een technische of financiële achtergrond kans. En je moet er het type voor zijn. Persoonlijkheid speelt sterker mee naarmate een bedrijf kleiner is, merkt Van der Meulen. ‘Soms is iemand volgens het boekje perfect, maar werkt het toch niet. Laatst had ik hier een jongen met een heel mooi profiel en de goede antwoorden. Maar het kwam allemaal heel ingestudeerd over. Ik dacht: wie bén jij? Voor een bank in Londen was hij prima geweest, safe choice. Een bank wil vooral weten: kun jij de komende twee jaar heel goed presteren? Maar voor een start-up of private-equitybedrijf is dat niet genoeg. Daar verwachten ze dat je authentiek bent.’

Wie zelf een bedrijf wil beginnen, moet weer over heel andere vaardigheden beschikken, zegt Ter Poorten van High Potential Academy. ‘Veel mensen doen stoer over een eigen onderneming. Maar er zitten veel risico’s aan vast en je moet echt een visie hebben. Hoe vaak ik zelf als ondernemer niet tegen een muur aan ben gelopen. Daar moet je tegen kunnen. Ik zie heel wat mensen dan meteen afhaken. Er is een groot verschil tussen ondernemer zijn en ondernemend zijn. In dat laatste geval kun je beter bij een klein bedrijf gaan werken dan voor jezelf beginnen.’

Carrièrepad

Al stijgt het aantal avontuurlijke geesten, het gros van de afgestudeerden gaat nog altijd voor het vette salaris en het uitgestippelde carrièrepad bij een groot bedrijf. ‘Mijn generatie is verwend,’ zegt Ter Poorten. ‘Alles is voor ons uitgedacht. We stromen van Cito op de basisschool naar het profiel op de middelbare school, naar bachelor en master op de universiteit. Een traineeship is dan vaak een logisch vervolg. Je blijft in het keurslijf lopen. Veel mensen vinden dat heel fijn.’

Dat neemt niet weg dat de strijd om talent gaat oplaaien, voorspelt onderzoeker Geert-Jan Waasdorp (41). Halverwege 2016 raakt de arbeidsmarkt volgens hem overspannen. ‘Vooral in de bètahoek wordt het een puinhoop. Nu kunnen grote bedrijven met ludieke acties nog het verschil maken. Over een halfjaar gaan ze weer twee auto’s aanbieden: een doordeweekse en een Porsche voor het weekend.’ De vraag is dan of de ondernemende starter zich daardoor laat paaien.

Informatie en contact

Marleen van der Meulen

T: +31 (0)20 5 725 725
E: marleen.vandermeulen@ebbinge.nl